Home » Behandeling

SpecialistenDe enige behandeling voor hypospadie is een operatie, waarbij de plastbuis gereconstrueerd wordt. Een operatie gebeurt tegenwoordig bij voorkeur rond de 10de maand. Dit vanwege het feit dat de penis de eerste maanden nog relatief sterk groeit. Het streven is om de chirurgische behandeling af te ronden rond de 18de levensmaand. Dit vanwege de verpleegtechnische reden dat de jongen dan nog gemakkelijk gaat plassen na het verwijderen van de eventuele blaascatheter en vanwege de psychologische reden dat op die leeftijd de link tussen penis en geslacht nog niet bestaat. Operaties bij volwassen mannen komen minder gezien het feit dat deze vaak op jeugdige leeftijd zijn geopereerd.

Zo’n twintig jaar geleden was de gemiddelde verblijftijd in het ziekenhuis nog 11 dagen. Op dit moment geldt dat 60% van de operaties in dagbehandeling plaatsvindt. De overige 40% heeft een ziekenhuisopname van 4 dagen met daarna eventueel een thuisverblijf van circa 4 dagen met blaascatheter. Deze wordt na deze periode op de polikliniek verwijderd. Afhankelijk van de ernst van de hypospadie zijn er één of meerdere operatie benodigd.

Ter voorkoming van ontstekingen en krijgen patiënten met ernstige hypospadie in de periode na de operatie een (suprapubisch) catheter. In het verleden werden jonge kinderen tijdens het postoperatieve verblijf in het ziekenhuis liggend op hun rug vastgebonden in verband met de genezing van de operatieve wonden. Steeds vaker is dit niet meer nodig door het op andere wijze beschermen van de wonden.

Er zijn momenteel in Nederland 13 kinderurologen: 4 in Utrecht, 4 in Rotterdam, 2 in Amsterdam (AZVU), 2 in Nijmegen, 1 in Groningen en 1 in Maastricht. De internationaal geaccepteerde norm voor goede hypospadiechirurgie is dat de uroloog minimaal 25 hypospadie-operaties per jaar uitvoert. De behandelende uroloog kan op verzoek altijd aangeven hoeveel hypospadie-operaties hij per jaar uitvoert. Gemiddeld genomen wordt dit aantal alleen door de kinderurologen gehaald. Urologen voor volwassenen met een hypospadie-specialisatie zijn bij ons niet bekend.

Complicaties

Bij 1 op de 5 kinderen is een vervolgoperatie nodig. Deze vervolgoperatie vind meest plaats in dagopname. Indien de voorhuid gesloten is bij de hypospadiecorrectie is het aantal reoperaties 1 op 3. Voor correctiebehandelingen van volwassenen zijn geen complicatiegegevens bekend.

De meest voorkomende complicatie bij de reconstructie van de urethra is fistelvorming. Deze is meestal binnen twee weken na de operatie duidelijk en heelt zelden spontaan. In de meeste gevallen komt fistelvorming door spanning op de hechtingen. Een andere veel voorkomende complatie is een vernauwing van de plasbuis. Wanneer de gereconstrueerde urethra te wijd is, wordt er een divertikel van de urethra gevormd. Dit betekent dat het kind “nadruppelt”. Hiervoor hoeft zelden operatief te worden ingegrepen. De patiënt kan worden geleerd om de urethra leeg te masseren na het plassen.

Urethrale haargroei kan optreden wanneer huid is gebruikt waar (later) haar op groeit. Normaal gesproken levert dit geen problemen op, maar als er een divertikel in de urethra ontstaat, kan een haarbal worden gevormd, hetgeen de urethra blokkeert. PsychischAls laatste te noemen complicatie geldt het terugkeren van de peniskromming. Dit kan gebeuren, wanneer een vrij lange, nieuw geconstrueerde urethra al vroeg in het leven is gemaakt. Als de urethra niet gelijk meegroeit met de penis gedurende de jaren, kan na de puberteit wederom een ventrale kromming optreden die begrijpelijke problemen kan opleveren. Chirurgisch ingrijpen is hier noodzakelijk.

Psychisch

Een deel van de mannen met hypospadie krijgt in meer of mindere mate psychische problemen met hun hypospadie. Typische problemen zijn: schaamte bij het ontkleden in een groepskleedruimte, schaamte ten aanzien van een arts of seksuele partner, angst voor het aangaan van relaties en angst voor het gebruik maken van urinoirs. In sommige gevallen leidt dit zelfs tot een depressie in diverse vormen. Voor het voorkomen van en/of helpen bij psychische problemen zijn helaas nog geen richtlijnen gevonden.